1749, 14 January. The government stops the premium on killing rhinos. The numbers were increasing quickly and the rhinoceros is a shy animal, and less dangerous than a tiger. Since 1 Sep 1747 premiums had been paid for the killing of 526 rhinoceroses and 80 tigers, a sum of 606 rijksdaalders.
1747, 1 September. The government issues a premium of 10 rijksdaalders for the killing of a rhinoceros or tiger. The Commissary for the matters of the natives had already advanced 860 rijksdaalders for this purpose, because between October 1746 and August 1747 there had been killed 60 rhinoceroses and 26 tigers.
Dutch text of resolutions by the government in the Dutch East Indies
[479]
1 September 1747.
Uitlooving eener premie van 10 rijksdaalders voor het dooden van een rhinoceros of tyger.
De Commissaris tot en over de zaken van den inlander had voor dat doel reeds voorgeschoten 860 rijksdaalders, omdat sedert medio October 1746 tot ult. Augustus 1747 gedood waren 60 rhinocerossen en 26 tygers.
[598]
14 January 1749
Intrekking der premie, vastgesteld den 1sten September 1747 op het dooden van rhinocerossen.
Volgens de Regering liep deze recognitie al wat hoog op ‘stok’ en waren ‘de renosters wel mede verslindende dieren, doch, als selfs voor de meschen schuw zijnde, in verre na so gevaarlijk niet als de tijgers.’
Sedert 1 september 1747 waren premiën uitbetaald voor het dooden van 526 rhinocerossen en 80 tijgers tot een bedrag van 606 rijksdaalders.