The crew’s sworn statements on the deaths of the two rhinoceroses aboard the Loverendaal:
National Archives, 1.04.02, inv. 2540, scan 624, with scans 623 and 625
Van Ceijlon onder data 19 feb. 1741
[579]
Eindelijk is nog verstaan te laten afschrijven de twee Renocerossen van Batavia Per het schip Loverendaal herwaards gezonden en op de reijse geexerveert, volgens de daarvan belegde verklaringen, dewelke van de volgende inhoude wierden bevonden.
Op Heden den 8 Julij A.1740 compareerde voor mij Martinus D’Landheer boekhouder in dienst der E. Comp. bescheijden op het schip Loverendaal de naar te noemen getuijgen Jan Stademan van
[verso]
Amsterdam opperstuurman Martinus Lob, onder stuurman Theunis van Kimmenaar van Delfshaven, Bootsman Jan Andriesz. van Sisten Schieman en Pieter Coene van Amsterdam Constabel alle in opgem. dienst en mede op voorz. bodem bescheijden de welke gesamentlijk verklaren ten requisitie van den manhaften schipper Samuel Hendriksz. dat niet tegenstaande alle moeijte en vlijd aangewent was om de twee Renocherossen welke van Batavia door haar hoog Edelen groot agtb. ordre aan desen bodem gesonden waren om mede naar Ceijlon afgevoert te worden in ‘t leven te behouden, egter het manneken op bevorens gem. datum des ‘s morgens ontrent de klocke agt uuren is komen te sterven.
Alle het gene voorsz. staad verklaren zij comparenten de luijde waarheid te zijn ende des noods daar toe versogt zijnde met eeden nader stand te doen.
Aldus Gedaan in ‘t schip Loverendaal, dag maande en jaere voorst. was getekent: Jan Stateman, Mart. Lop, Theun. van Kimmenaar, Jan Andriesz. en Pieter Coene, In margine, In kennisse van mij getekent M. D. Lantsheer.
Heden den 29 Augustus Ao. 1740 compareerden voor D.E. onder te noemen gecommitterde justieele ledeyde attestanten in de voorenstaande verklaring gem. dewelke daar weder wel en duijdelijk voorgehouden zijnde bleven zij daar bij ten vollen persisteeren zonder enige de mionste verandering te begeeren.
Aldus gedaan, gerecolleert ende gepersisteert in’t Casteel Colombo ter ordinaire raadcamer der justitie ten dage maand en jaare voorsz. ter presentie van D.E. leeden Casper Steijger en Pieter de salve, onderstond. was getekent: Jan Statema, Martinus Lop, Theun. van Kimmenaar, Jan Andriesz. en Pieter Coenen, in margine, ons present, getekent, Casper Steijger en P. d’salve, Lager, in mijn kennis, was getekent Bar. Kriekenbeek Gesw. Clerq.
Op Heden den 18 Julij A.1740 compareerde voor mij Martinus D’Landheer boekhouder in dienst der E.
[574]
Comp. en zodanig bescheijden op het schip Loverendaal de naar te noemen getuijgen Jan Stademan van bescheijden op het schip Loverendaal de naar te noemen getuijgen Jan Stademan van Amsterdam opperstuurman Martinus Lop van Middelburg, onderstuurman Theunis van Kimmenaar, Bootsman Jan Andriesz. van Sisten Schieman en Pieter Koen van Amsterdam Constabel, welke gesamentlijk verklaren ten requisitie van den schipper Samuel Hendriksz. dat niet tegenstaande alle de zorg en vlijd aangewend was om doenlijk zijnde de laetste van de twee Renocerossen, zijnde ‘t wijfje in’t Leven te behoiuden, het zelve egter morgens was komen te sterven.
Alle het gene voorsz. staad bekennen zijl. de suijvere waerheid te zijn bereijd blijvende des noods en daartoe versogt t selve ten allen tijden gestand te doen.
Aldus Gepasseert in ‘t schip Loverendaal, dag maande en jaere voorst. was getekent: Jan Stateman, Mart. Lop, Theun. van Kimmenaar, Jan Andriesz. en Pieter Coenen, In margine, In kennisse van mij getekent M. D. Lantsheer.