[171]
XXXIX. vs. 12-15. Het dier, door woudstier overgezet, in het Hebreeuwsch Reëm, wordt thands door veelen, op den voorgang van de oude overzetters, van den Rhinoceros, of het neushoorn verklaard: dan ik heb tegen deeze uitlegging voorn. dit, dat het neushoorn door de natuurkenners beschreven wordt, als niet kwaadaartig; hetgeen zich zelfs uit de hand voederen laat; hetgeen de menschen niet, dan uit vrees, aanvalt, maar dan ook haast vlugt, zonder ze te vervolgen; het welk eindelijk meer kragt heeft in zijn pooten, dan wel in zijne hoornen: daar integendeel de Reem der H. Schrift een sterk en bandeloos dier is, dat den menschen zeer gevaarlijk is, en wiens voornaame sterkte in zijne hoornen is.
Schultens, A.; Muntinghe, H. 1794. Het boek Job, uit het Hebreeuwsch vertaald, met aanmerkingen. Amsterdam, Johannes Allart. pp. i-xxxii, 1-271.
Het boek Job, uit het Hebreeuwsch vertaald, met aanmerkingen
Note
Location
World
Subject
General
Species
All Rhino Species